D.O.S.S.

In het jaar 1919 kregen enkele mannen uit de Spaarndammerstraat de kriebels in de benen. Niet zozeer omdat zij vonden dat het voetbalspel zoveel gespeeld moest worden, maar zij (o.a. H. v.d. Pal en P. Bouwmeester) wilden wat actie in de buurt brengen. In een gesprek met Kapelaan Van Galen werd besloten een vereniging op te richten. En omdat een vereniging ook bepaalde activiteiten dient te ontplooien, werd besloten de voetbalsport te gaan propageren onder de jongeren uit de Spaarndammerbuurt. Dat kwam dan ook goed uit, want in de Spaarndammerbuurt bestond er nog geen Katholieke vereniging die in zijn statuten had opgenomen: “de Vereeniging stelt zicht ten doel om met bescherming en verzorging der Godsdienstig-Zedelijke belangen harer leden de voetbalsport onder de Roomsch-Katholieken te beoefenen”. De katholieke jongeren, die wilden voetballen, trokken dan ook naar de neutrale verenigingen zoals De Germaan, D.W.S. e.d..
Op 6 november 1920 werd de oprichtingsvergadering gehouden in de Zusterschool aan de Spaarndammerstraat, waarbij besloten werd de nieuwe vereniging de naam D.O.S. (Door Oefening Sterk) te geven. Dat leverde echter al spoedig moeilijkheden op, want het bleek dat er een vereniging met dezelfde naam bestond in Roelofarendsveen. Een simpele oplossing lag voor de hand. De naam werd veranderd in D.O.S.S. (Door Oefening Steeds Sterker).
De rommel was toen al gauw aan de gang. Immers, D.O.S.S. was een katholieke vereniging en zou dus gaan spelen in de R.K.A.V.B. (Rooms Katholieke Amsterdamse Voetbal Bond). Maar aangezien de katholieke jongeren in neutrale verenigingen speelden en deze waren aangesloten bij de N.V.B. (Nederlandsche Voetbal Bond) en er tussen beide genoemde bonden geen samenwerking was, kon iedereen zomaar midden in het seizoen overstappen naar de nieuwe vereniging D.O.S.S.. De ellende bij de neutralen was dan ook groot, daar zij vaak goede spelers plotseling niet meer terugzagen, omdat deze naar hun eigen “stekkie”waren gegaan.
D.O.S.S. vaarde er wel bij, want omdat er een aantal sterke spelers overkwam, kon direct gestart worden in de I.C.V.B. (de landelijke klasse van de Katholieke Voetbal Bond). In het seizoen 1920/1921 kwam D.O.S.S. uit met 2 seniorenelftallen en had een ledental van 35. In 1934/1935 was dat uitgegroeid naar 229 leden, verdeeld over 6 seniorenelftallen, 7 juniorenelftallen en 2 aspiranten.
Wat was de oorzaak van deze grootse bloei (althans in die tijd)? D.O.S.S. was, zoals gebruikelijk in die tijd, beperkt tot één parochie, namelijk de parochie van Maria Magdalena. Dat heeft tot ongeveer 1933 geduurd. Toen had men blijkbaar genoeg van één parochie en wilde men zijn vleugels uitslaan.
In 1933 had D.O.S.S. 127 leden. D.O.S.S. werd een zogenaamde interparochiële vereniging, door het werkterrein uit te breiden naar 7 parochies. In dien tijd dus al een vooruitstrevend bestuur, dat inzag, dat, welde men iets bereiken, een grotere opzet noodzakelijk was. Bij de oprichting in 1920 was uiteraard ook noodzakelijk dat een terrein ter beschikking kwam om te kunnen voetballen. Bij boer Ruiter aan de Hemweg in “de Amsterdamsche Polder”werd als eerste onderdak gevonden. Op het terrein had de vereniging een eigen clubgebouwtje, althans kleedruimte. Dit “hok”was nog verzekerd en wel voor een bedrag van maar liefst f. 1.000,00. Denkt u zich een sin welk een formidabel kapitaal dat was in die tijd. D.O.S.S. had geluk (!?), inderdaad, het gebouwtje brandde met de grond gelijk af en hoewel de zaak sterk oververzekerd was, konden de assuradeuren slechts constateren dat het afgebrand was. Over de waarde kon niets meer gezegd worden, daar alleen as de plaats aangaf waar het gestaan had. Na de ontvangst van de f. 1.000,00  werd een bijzonder gezellige bestuursvergadering gehouden, hetgeen  volkomen begrijpelijk was. De financiële basis voor een verdere uitbouw van de vereniging was daarmede gelegd en in 1931 kon dan ook verhuisd worden van de Hemweg naar het terrein aan de Uitweg nr. 61 (kortweg genoemd nummer 61). Aan de uitweg werd een ruim kleedgebouw gebouwd onder leiding van “bouwheer” Van Kemenade Sr. (dit is de vader van de huidige Commissaris van de Koningin van Noord-Holland). Het gebouw werd zo gebouwd dat het in 1936 een eenvoudige zaak was het geheel te verhuizen naar de gloednieuwe op dat moment nog kale, nieuwe recreatiegebied. U Zult zien dat het de geschiedenis zich in de loop van dit verhaal zal herhalen. Eenmaal op de Velserweg had, althans wat de accommodatie betreft, D.O.S.S. enige jaren rust. Op het veld verliepen de prestaties tot 1928/1929 rustig. Kampioenschappen waren er niet te vieren, terwijl daarnaast de vlag niet half stok behoefde vanwege een degradatie. Echter 1928/1929 beloofde het zwarte jaar te worden, voor wat betreft de voetbalprestaties. D.O.S.S. speelde dus als gezegd, in de tweede klasse I.C.V.B.. Inde competitie had D.O.S.S. niet best geboerd en de laatste wedstrijd moest de beslissing brengen. D.O.S.S. had evenveel punten als Forward, waardoor een beslissingswedstrijd noodzakelijk werd, welke in Purmerend werd vastgesteld op een terrein, dat niet aan de afmetingen voldeed voor wedstrijden van de I.C.V.B., wel voor de lagere bonden. Ook waren geen neutrale grensrechters aangewezen, zoals reglementair was bepaald. D.O.S.S. protesteerde bij de scheidsrechter vóór de aanvang van de wedstrijd bij monde van aanvoerder van Kemenade en uiteraard late bij de I.C.V.B.. In de verlenging van de match tegen Forward, welke met 3-3 was geëindigd, scoorde Forward het winnende doelpunt uit een door D.O.S.S. omstreden strafschop wegens hands. Ondanks deze protesten moesten de degradatiewedstrijden met G.V.O. en Santpoort doorgang vinden, daar de I.C.V.B. deze protesten negeerde. Gevolg: D.O.S.S. speelde de wedstrijd onder protest waarvan men de scheidsrechter vóór de aanvang aantekening liet maken. De match tegen G.V.O. eindigde gelijke en tegen Santpoort werd met 4-2 verloren, waarbij opgemerkt dient te worden, dat alle doelpunten in deze match door de D.O.S.S.-ers werden gescoord. Dit betekende degradatie naar de D.H.V.B.. De protesten tegen niet toepassing van het bondsreglement liepen echter nog. Bij de aanvang van het nieuwe seizoen 1929/1930 weigerde D.O.S.S. dan ook te spelen. Door tussenkomst van de R.K.AV.B. tenslotte werd D.O.S.S. alsnog weer ingedeeld in de 2e klasse van de I.C.V.B.. De kalender wees toen februari 1930 aan. U ziet de aanhouder wint. Typisch is, dat D.O.S.S. toen nog bijna kampioen werd, mede dankzij versterking van spelersmateriaal. De onderlinge kontakten en de sfeer in de vereniging waren goed. Ook in dat opzicht was D.O.S.S. een moderne vereniging. Immers, er was geen band met een Gezellenvereniging of een bepaalde parochie.
Clublied uit de jaren twintig
Bij de wedstrijden werden ook in die tijd al clubliederen gezongen, welke ook op de feest- en dansavonden een vast onderdeel van het programma waren.
Zo kon men op het veld of in het verenigingsgebouw aan de Spaarndammerstraat vaak het volgende (D.O.S.S.) lied horen schallen:
Komt mannen en jongens
Vecht mee onze strijd
De strijd, die ons groot maakt
Die harten verblijdt!
Het hoofd opgeheven
Met ‘t Kruis in ‘t vizier
Dat houdt Roomsche strijders voor voetbal steeds fier!
Leve de voetbal! Leve de sport
Waar je toch heus geen Jan Salie van wordt
Voor D.O.S.S. een hoezee! Hoezee voor rood-wit
Een ferme kogel,
Mannen hij zit.
Door Oefening Steeds Sterker
Dat is ons advies
Met vuur blijven strijden
Al geeft het verlies
Voor, mid en achter
Allen steeds een
Dan komt er voortaan
Geen goal meer doorheen
Leve de voetbal! Leve de sport
Waar je toch heusch geen Jan Salie van wordt
Voor D.O.S.S. een hoezee! Hoezee voor rood-wit
Een ferme kogel
Mannen hij zit.

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!