Constantius

Initiatiefnemers tot deze ‘onderneming’ waren N. Limmen, Joh. Beems en J. Amende die toen lid waren van het patronaat. Ook toen hield men er blijkbaar al van om jonge mensen aan het hoofd te zetten. Immers, de heren waren nog maar net 16 jaar en onder leiding van een geestelijke en van het patronaatsbestuur zorgden zij ervoor dat Constantius van de grond kwam. Hier bleek behoefte aanwezig om een sportvereniging voor de Jordaan op te richten, vooral ook om de Jordaanjeugd op te vangen. Om zoveel mogelijk mensen bij de oprichting te interesseren werd aan degenen die lid werden een kompleet voetbaltenue ter beschikking gesteld. Dat moest echter wel afbetaald worden.
De kledingactie had succes want er kon al direct met 2 seniorenelftallen gestart worden, weliswaar in de vierde klasse van de D.H.V.B., maar dat was verder niet belangrijk. Want reeds het eerste jaar werd met een kampioenschap en promotie afgesloten, evenals het tweede jaar. Na enige jaren promoveerde Constantius zelfs nog naar de eerste klasse D.H.V.B.. Daar speelde men toen een aantal jaren “constant” tot 1933. Toen ‘dreigde’ wederom een kampioensvlag en een promotie (naar de I.C.V.B./landelijke bond van de Katholiek Voetbal Bond). Er diende toen een beslissingswedstrijd gespeeld te worden en wel tegen Z.P.C.. Beslissingswedstrijden worden altijd op neutraal terrein gespeeld en als plaats van treffen werd aangewezen het terrein van ….D.O.S.S. ? ? aan de Uitweg. Constantius won en promoveerde daarmee naar de I.C.V.B..
In het bestuur van Constantius ten tijde van het 12,5-jarig bestaan in 1933 hadden zitting: A. Eland, J. Bonfrer, F. Merlijn, Mr. Minderop, H. Amende, E. Amende, J. Commandeur, A.M. Amende, Pater Brinkhoff, H. Ruig, J. Amende en pater H. Minderop.
In die tijd was Constantius ook al een zelfstandige vereniging geworden, nadat het eerst nog een tijdje onderafdeling was geweest van de Jongemannencongregatie. Er waren geen clubgebouwen zoals die er nu zijn. De contacten buiten het voetbalveld werden dan ook meestal gepleegd binnen de parochie. Zo ook voor Constantius, waar alle bijeenkomsten en vergaderingen van commissies werden gehouden in de pastorie van de “Zaaier” (tegenwoordig zit er een tapijthandel in deze voormalige kerk, tegenover staat het Roothaanhuis aan de Rozengracht).
De terreinaccomodatie was in het begin uiteraard erg primitief. Begonnen werd op een terrein in de Watergraafsmeer. Het terrein was echter gelegen buiten het Katholiek Sportpark, wat toen daar gevestigd was. Na enkele maanden moest er echter al verhuisd worden. Er werd ingetrokken bij V.I.C. aan de Kalfjeslaan, alwaar het eerste eigen kleedlokaal verscheen. De enorme afstanden (vooral in die tijd zonder moderne vervoermiddelen) werden veelal per fiets of lopend afgelegd. Een zak met kalk om de lijnen te kunnen trekken werd lopend vervoerd met de handkar.
De vastberadenheid echter was er en het doorzettingsvermogen zorgde ervoor dat de moed erin bleef. Langzaam maar zeker groeide het ledental, en dat betekende dat er uitbreiding van de veldaccommodatie moest komen om iedereen te kunnen laten voetballen. Ingetrokken werd bij Boer de Groet, eveneens aan de Kalfjeslaan. In 1937 werd vertrokken naar de Velserweg, waar toen D.O.S.S. al gezeteld was. Op de Velserweg bespeelde Constantius in eerste instantie 2 velden; later werden dat er drie. Als buurman kreeg Constantius op de Velserweg Gezellen Vier.

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!